Zoek
Zoeken
Sluiten
Korb mit Gebäck vor weißem Hintergrund; Leinenstoff darunter
Korb mit Gebäck vor weißem Hintergrund; Leinenstoff darunter
© Foto Quellenviertel/Wolfgang Grilz Korb mit Gebäck vor weißem Hintergrund; Leinenstoff darunter

kostbare tijd

Ambachtelijke bakkers zijn kwaliteitsfanaten. Met hun professionele ervaring en gevoel voor het deeg geven ze elke dag het beste van zichzelf.

Ambachtelijk bakken is in vele opzichten een kwaliteitskenmerk en een belangrijke culturele verworvenheid: maar wat maakt ambachtelijk bakken eigenlijk zo bijzonder? Namens de talrijke kleine bedrijven in de wijk Quellenviertel legt de jonge meesterbakker Michael Zagler van de gelijknamige bakkerij dit uit: „We runnen onze bakkerijen allemaal in de tweede, derde of vierde generatie van onze familie. We werken met persoonlijke recepten en bereidingswijzen die binnen de bakkersfamilie zijn doorgegeven en die zorgen voor een eigen, unieke stijl. Bijna alles wat we in onze bakkerijen produceren, is voor 100% met de hand gemaakt. Wij zijn de bewakers van de diversiteit.”

Ambachtelijke kennis draagt er in hoge mate toe bij dat brood en gebak lang vers en aromatisch blijven. Ook hier komt het aan op het ambachtelijke vakmanschap bij het kneden en vormen van het deeg tot de gewenste broodsoort: „Ons natuurlijk zuurdesem is erg belangrijk voor de kwaliteit, omdat we daarmee de smaak, de houdbaarheid en de consistentie van ons deeg – en uiteindelijk van het brood – positief beïnvloeden”, legt meesterbakker Michael Hellstern uit.

Lukas Höllbacher van de kloosterbakkerij Höllbacher vult aan: „Bij het bewerken van het deeg is de mens superieur aan de machine. De basis is de praktische bakkersopleiding, en met de beroepservaring komt een gevoel voor het deeg: wat het nodig heeft en hoe het zich gedraagt. Dat kan een machine niet.”

Teigstück liegt auf bemehlter Arbeitsfläche; Bäcker sticht mit Teigschaber ein Stück herunter
© Foto Quellenviertel/Wolfgang Grilz Teigstück liegt auf bemehlter Arbeitsfläche; Bäcker sticht mit Teigschaber ein Stück herunter

natuurlijk boos

Kenmerkend voor ambachtelijke bakkers is het werken met natuurlijke zuurdesem. Dit maakt brood smakelijk en licht verteerbaar, maar vereist voldoende tijd om te rijpen. De natuurlijke zuurdesem staat ook symbool voor de heropleving van het bakkersambacht. Eigenlijk hoeft de mens bij de bereiding van dit deeg helemaal niet zo veel te helpen. Als je gelijke delen bloem en water tot een deeg mengt en dit op kamertemperatuur laat staan, komen miljarden micro-organismen en gistschimmels vanzelf in actie. Ze zijn zowel in het water, in het meel, in de lucht als in de bakkerij aanwezig. Ze zetten een gistingsproces in gang dat vooral voor roggebeslag de voorwaarde is om er een licht verteerbaar en smakelijk product van te maken dat mooi rijst in de oven.

De bakkers zijn de deskundige initiatiefnemers en begeleiders van dit gistingsproces: hun uitdaging is het zogenaamde rijzen van het deeg. Onder het rijzen van het deeg verstaat men het bereiden van een deeg via één of meerdere productiefasen, waarbij de temperatuur van het deeg en in de bakkerij moet worden gecontroleerd en gereguleerd. Het grootste deel van de tijd tijdens het rijzen rust het deeg ongestoord in zijn kuip. Maar die rust is slechts schijn. Van binnen borrelt het deeg, het gist rustig voort. De gassen die daarbij vrijkomen zorgen voor een constant, zeer rustig borrelen.

Tijdens de gisting ontstaan, naast andere bijproducten, twee zuren in het deeg. Enerzijds melkzuur, dat in het brood zorgt voor een mild-zuur aroma, en anderzijds azijnzuur, dat de langketenige eiwitmoleculen zoals gluten in het deeg afbreekt. Ze maken het deeg luchtiger en verbeteren de verteerbaarheid, het aroma, de smaak en de houdbaarheid. Dit proces wordt daarom ook wel de verzuring van het deeg genoemd.

Al in het oude Egypte werkten bakkers met natuurlijke zuurdesems en dat doen de ambachtelijke bakkers in het Quellenviertel natuurlijk ook. In elke bakkerij staat een kuip met natuurlijke zuurdesem als „levende“ deegvoorraad, het zogenaamde zuurdesemstamdeeg. Elke dag wordt er met vers bereid deeg gewerkt. Om de deegproductie te starten, worden bloem, water en zout (en andere broodkruiden) in een nieuwe deegketel gemengd. Daarbij komt, als belangrijk bakingrediënt, een portie van de levende, reeds gezuurde starter. Hierdoor wordt het natuurlijke gistingsproces in het vers aangemaakte deeg geactiveerd.

het "voeden" van het natuurlijke zuurdesem

Namens de bakkers legt Rudolf Stranzinger van de biologische bakkerij Stranzinger uit hoe het in drie fasen verlopende proces van het verzorgen van natuurlijke zuurdesem werkt. Als laatste handeling van hun nachtdienst zetten de bakkers ’s ochtends de natuurlijke zuurdesem aan voor de komende nacht. Hiervoor wordt een basisdeeg in een rijskuip bereid en voor de eerste keer ‘gevoerd’ – zo zeggen wij bakkers wanneer we bloem en water aan een gistend deeg toevoegen, als het ware als verse voeding voor het gistingsproces”, legt Rudolf Stranzinger uit: „Daarbij is de juiste temperatuur belangrijk. Zo sturen we de smaakontwikkeling aan en houden we het deeg actief.“ Later in de middag volgt de tweede ‘voeding’ van het deeg. Aan het begin van de nachtdienst, rond middernacht, wordt het deeg voor de derde keer ‘gevoed’.

Het deeg rust dan nog ongeveer een uur, totdat het wordt gekneed en met de hand „verwerkt“. In deze fase verdelen de bakkers het deeg in porties die passen bij de grootte van het brood. Het deeg wordt tot brood „samengeklopt“ en in vorm gebracht. Dat kan in een platte bakvorm gebeuren, of, voor ronde broden, in een ‘Simperl’, een met bloem bestrooid mandje. Vervolgens krijgt het ongebakken deeg nog een half uur de tijd om te rijpen en zuur te vormen. Pas dan worden de broden in de oven geschoven.

Bemehlte Arbeitsfläche aus Holz, auf der Mehlsieb und Teigstücke liegen; Hände formen zwei Teigstücke zu Kugeln
© Foto Quellenviertel/Wolfgang Grilz Bemehlte Arbeitsfläche aus Holz, auf der Mehlsieb und Teigstücke liegen; Hände formen zwei Teigstücke zu Kugeln
Vogelperspektive; Brotkörbe in runder und länglicher Form; Teig liegt darin; Hände formen Teig in Korb
© Foto Quellenviertel/Wolfgang Grilz Vogelperspektive; Brotkörbe in runder und länglicher Form; Teig liegt darin

met vakmanschap naar gebak

Net als elk brood zijn ook broodjes, maanzaadbroodjes en ander klein gebak het resultaat van ambachtelijk vakmanschap en professionele ervaring. Wie bewust het verschil in smaak en mondgevoel proeft tussen machinaal en met de hand gebakken broodjes, weet precies waar we het hier over hebben. Ambachtelijke bakkers zoals Stefan Kraxenberger van bakkerij Kraxenberger toveren met een paar handbewegingen uit een plat, rond stuk deeg een rond, bolvormig broodje tevoorschijn. Daarbij wordt met de rug van de hand een groef in het deeg gedrukt, waarover het deeg vervolgens nog vier keer wordt omgeslagen. Het laatste puntje van het deeg wordt vervolgens met de punt naar voren in het middelste gaatje van het broodje gestoken. „Semmel einschlagen“ noemt men deze handelingen, die tot de eerste vaardigheden behoren die jonge bakkersleerlingen leren. Na 15 minuten in de oven rijst het broodje mooi op, wordt de kruim zacht en luchtig en verrukt de korst met geroosterde bakaroma’s.

Bij het zoutstokje wordt een ovaal stuk deeg opgerold. Voor een zoutbroodje wordt zo’n stuk met beide duimen van links en rechts meerdere keren ingevouwen, en tot slot wordt er met de hand een kleine richel dwars over de rug van het deegstukje getrokken. Aan deze rand breekt het deeg in de oven en zorgt zo voor de typische korst van een Weckerl. Bij de Mohnflesserl wordt daarentegen gevlochten, afhankelijk van de gewoonte met één deegstreng of met twee strengen, die als vlechten in elkaar worden gevlochten. Voor sommige zoete lekkernijen worden ook drie of meer deegstrengen tot het eindproduct gevlochten. „Bij ons staat gebak hoog in het vaandel. Per dag besteden we er vier tot viereneenhalf uur aan, dat is meer tijd dan voor ons brood“, legt Stefan Kraxenberger uit. „Van onze klanten weten we dat ze de smaakvolle meerwaarde waarderen die het handwerk in de bakkerij biedt.“ De bakkers in het Quellenviertel geven hun kennis en praktische vaardigheden door aan hun medewerkers en aan hun eigen kinderen, die al in het bedrijf werken. Zo blijft de baktraditie levend en blijft de broodcultuur van hoge kwaliteit. Als je er goed naar kijkt, is deze overdracht van kennis heel goed te vergelijken met het ‘voeden’ van deeg.

Een dag in de bakkerij

In een bakkerij is er de klok rond wel iets te doen. Van bakken en verpakken tot het bezorgen van brood en het runnen van de eigen cafés en winkels. Zo zijn de verschillende taken ongeveer verdeeld over de 24 uur van de dag. En de volgende dag gaat het w

0 tot 3 uur: het deeg afwerken, brood en gebak vormen, brood bakken

3 tot 6 uur: gebak en zoete lekkernijen vormen en bakken, de producten in transportkisten verpakken, aan de klanten leveren, de bakkerij openen

6 tot 9 uur: Drukte in de bakkerij en het café, de bezorging wordt afgerond. Verse deegsoorten bereiden, de bakkerij schoonmaken

9 tot 12 uur: Drukte in de bakkerij en het café

15 tot 18 uur: De bakkerij en het café zijn nog steeds open. Tweede keer het deeg voeden

18 tot 21 uur: Tenzij de bakkerij ook ’s avonds als café fungeert, is dit het rustigste moment van de dag.

21 tot 24 uur: Eerste voorbereidingen voor de volgende dag in de bakkerij

 

bakkersjargon

Net als elk ambacht heeft ook het bakken een eigen taal waarmee de handelingen en processen worden beschreven. De belangrijkste termen uit de bakkerstaal worden hier uitgelegd:

Starter: De starter is een zuurdesem die niet wordt gebakken, maar bij een constante temperatuur wordt bewaard voor later gebruik in de bakkerij. Wanneer een vers deeg wordt bereid met bloem, water en zout, wordt er ook een hoeveelheid zuurdesem aan toegevoegd om het zuurvormingsproces van het nieuwe deeg op gang te brengen.

Verwerken: Als het deeg klaar is, wordt het door de bakkers verwerkt. Het deeg wordt gekneed en in de gewenste broodvorm gebracht.

Natuurlijk zuurdesem in drie fasen: Een natuurlijk zuurdesem wordt meestal in drie fasen bereid. Drie keer, met tussenpozen van enkele uren, wordt er zuurdesem aan het deeg toegevoegd om de verzuring (gisting) van het deeg op gang te houden. Daarbij worden de kamertemperatuur en de deegtemperatuur gecontroleerd.

In de oven schuiven: Zo wordt het proces genoemd waarbij een bakplaat met deegstukken in de oven wordt geschoven, waaruit vervolgens kant-en-klare broden ontstaan.

Gisting: Als men meel met watermengt en dit mengsel laat staan, start er door micro-organismen en gistschimmels een natuurlijk gistingsproces. Hierbij ontstaan onder andere melkzuur, dat zorgt voor een mild-zure smaak, en azijnzuur, dat langketenige eiwitmoleculen zoals gluten afbreekt. Men spreekt daarom van een natuurlijk zuur deeg

Gaifahren: De „Gai“ is het gebied waar de bakker zijn klanten in de detailhandel, de horeca of ook particulier bevoorraadt. Als hij zijn brood en gebak gaat bezorgen, is hij „gaifahren“

Kruim: Het luchtige, zachte binnenste van een brood, dat wordt omgeven door de korst.

Korst: Wanneer de broden in de hete oven worden geschoven, vormen zich harde korsten aan het oppervlak. Door de ‘Maillard-reactie’, die in 1913 voor het eerst wetenschappelijk werd geanalyseerd door de Franse chemicus Louis Camille Maillard, ontstaan de typische geroosterde aroma’s.

Simperl: Het Simperl is een klein, licht met bloem bestrooid mandje waarin vers gevormde broden worden gelegd om hun vorm te behouden en om tot het bakken nog verder te rijpen. Het Simperl mag niet mee de oven in!

Stückgare: Met Stückgare wordt de laatste rustfase van gevormde deegstukken vóór het bakken bedoeld.

Teig anfüttern: Tijdens het meerfasige proces van het verzorgen van een zuurdesem wordt er met tussenpozen van enkele uren zuurdesem aan het deeg toegevoegd om de gisting of de verzuring van het deeg actief te houden.

Deegverwerking: Zo wordt het gehele proces aangeduid, van het mengen van de ingrediënten tot het bakken. De bakkers houden dit proces in de gaten, met name factoren zoals kamertemperatuur, deegtemperatuur, watergehalte, rijstijd en deegrust. Verschillende soorten brood en gebak vereisen meestal ook verschillende deegverwerkingen.

Deegrust of rijzing: Beide termen verwijzen naar de rust- en gistingsfase van een deeg tot het moment dat het door de bakkers wordt verwerkt.

Bestel nu je gratis brochures!