Fijnparelend, sprankelend, krachtig en fruitig-droog: de most is al lang uitgegroeid tot een delicatesse en heeft zijn ruige imago van zich afgeschud. Dat stamt nog uit een tijd waarin in bijna elke kelder een mostvat stond en de productie soms nogal rustiek verliep. Sindsdien is er veel sap door de persen gestroomd, maar ook vandaag de dag zijn er in het Quellenviertel nog veel boomgaarden met verspreid staande bomen, boerentuinen en ervaren mostproducenten die hun vak verstaan. Er wordt gewerkt volgens de goede traditie, maar met moderne keldertechniek en de bijbehorende knowhow.
Het resultaat kan op allerlei manieren worden geproefd: ter plaatse bij de mostboeren, in de mostcafés en snackbars, in herbergen en met een koksmuts bekroonde restaurants zoals het restaurant „Waldschänke“ in Grieskirchen.
Daar staan Elisabeth Grabmer en haar zoon Clemens samen in de keuken en toveren ze lekkernijen tevoorschijn zoals de „Mostschober“, een Opper-Oostenrijkse variant van de „Besoffener Kapuziner“.
Als de lente aanbreekt, lokken ten slotte de Mostkosten – gezellige en ongedwongen feesten, waar de producenten hun most presenteren en de gasten met veel plezier de verscheidenheid kunnen proeven.