Het is heel goed mogelijk dat Adam hier in de zoete appel van Eva heeft gebeten. Het had natuurlijk net zo goed een peer kunnen zijn, die in de Quellenwijk zo talrijk aan de bomen hangt.
Eén ding is zeker: het zacht glooiende landschap heeft iets paradijselijks, vooral in de lente, wanneer de bomen gehuld zijn in witte en rozerode bloesems en elke wandeling en elke fietstocht begeleiden met hun bloesem. In de herfst – het echte feest – hullen ze zich dan in een rijk rood-geel: nu wordt de oogst binnengehaald, worden appels en peren tot sap en later tot most verwerkt, die drank die al generaties lang deel uitmaakt van de regionale genotscultuur en de smaak van het Quellenviertel in zich draagt.
Want het ene bier is het andere niet. Van het kruidige Märzen en het frisse Zwickl tot creatieve speciaalbieren: zo divers is het aanbod dat in het Quellenviertel wordt gebrouwen en geschonken. Hier gaat een eeuwenoude brouwtraditie hand in hand met echt vakmanschap en de passie voor een goede smaak.
Vooral in de cafés van de regio hoort bier er gewoon bij. Men proost samen, discussieert, viert feest en moppert soms ook een beetje. Niet het etiket maakt het verschil, maar de mensen erachter en de verhalen die bij elk glas worden verteld.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat bier in het Quellenviertel veel meer is dan alleen een drankje. Het maakt deel uit van de regionale identiteit, de gezelligheid en de genotscultuur. Of het nu in de schaduwrijke biertuin is, tijdens de Frühschoppen of na een wandeling door de glooiende heuvels – een koel biertje smaakt hier gewoon bijzonder goed.